Gaan of zullen

gaanDe volgende woorden tekende ik op uit de mond van een student informatica in de trein van Den Bosch naar Eindhoven:
‘Niemand gaat dit je ooit uit kunnen leggen.’ Dat lijkt nou precies het antwoord te zijn op de vraag die ik me al tijden stel: waar komt die voorkeur voor gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd toch vandaan? 

De theorie
Op de site van de Taalunie staat over gaan als hulpwerkwoord het volgende:  ‘De gebruiksmogelijkheden van gaan als hulpwerkwoord zijn vrij complex en niet scherp af te bakenen. Voor een deel is de keuze voor gaan afhankelijk van de context. Het hulpwerkwoord gaan kan in de standaardtaal altijd gebruikt worden in drie gevallen: als het onderwerp zich verplaatst om iets te doen, als er sprake is van het begin van een handeling of van een nieuwe toestand of als het onderwerp van plan is iets te doen. In andere gevallen is het gebruik van gaan niet altijd voor iedereen aanvaardbaar. In Nederland komt gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd vooral voor in spreektaal, in België is het gebruik algemener. Als gaan niet mogelijk is, gebruiken we in de standaardtaal zullen of de tegenwoordige tijd om naar de toekomst te verwijzen.’

Ook de Algemene Nederlandse Spraakkunst benadrukt dat het ‘futurale gaan meer in gesproken dan in geschreven taal voorkomt’. Neemt u ook even nota van de volgende toevoeging:  ‘In de standaardtaal kan gaan als groepsvormend werkwoord niet verbonden worden met hebben, zijn, gaan‘.

De praktijk
Het eerste ‘gaanvoorbeeld’ in mijn schriftje tekende ik op in 2012 uit de mond van Karsten Kroon. Aan de vooravond van de Amstel Gold Race sprak hij de historische woorden: ‘Het gaat een mooie dag zijn.’  Daarna volgde een hele batterij wielrenners die voorspelden dat het lastig ging zijn, dat het loodzwaar ging zijn en dat we het gingen zien. Wielrendingetje, denk je dan, maar je hoeft niet lang te luisteren om andere ‘gaanliefhebbers’ te ontmoeten:

  • Veel pittiger vanuit Washington ga je het niet krijgen.  (Wessel de Jong naar aanleiding van het eventuele annuleren  bezoek Obama aan Poetin vanwege de zaak-Snowden)
  • Dan gaat de economie niet vooruitkomen. (Halbe Zijlstra in Pauw &Witteman)
  • Ik ga niet besmet raken. (Ebolaverpleegkundige Ronald Kremer)
  • Het gewicht van de functie gaan we echt moeten zien. (Esther de Lange, Europarlementariër voor het CDA)
  • We gaan daar goede kansen hebben. (Mark Rutte in Buitenhof over de Olympische Winterspelen in Sotchi)

Alle bovenstaande voorbeelden komen uit de spreektaal. Inmiddels lijkt ‘gaan’ ook in de schrijftaal voet aan de grond te krijgen:

  • Ed Nijpels gaat niet blij zijn. (Martin Sommer in de Volkskrant, 20/09/14)
  • Met big data alleen ga je echt geen aanslagen voorkomen. (Kop in de Volkskrant van 23/11/15)

De toekomst
Van mij mag het uiteraard allemaal, maar snappen doe ik het niet goed. Vooral in de spreektaal maken mensen het zich graag gemakkelijk, maar ik zie de winst van gaan daarbij niet. Integendeel. Het klinkt in mijn oren vaak nodeloos ingewikkeld. De tegenwoordige tijd lijkt daarbij een veel eenvoudigere manier om de toekomst uit te drukken.

Meestal krijgt het Engels de schuld, maar ligt hier misschien een link met de Franse futur proche, wat ook verklaart dat gaan in België wel gezien wordt als standaardtaal?

Betekent dit nu het einde van  zullen als hulpwerkwoord? Wat zal er van worden worden door het eigenaardige gaat zijn? We gaan het zien. We zullen zien. We zien wel.

2 reacties op Gaan of zullen

  1. Ton Verjans zegt

    Beste Corejanne,

    Ik kom nogal eens in België bij familie en bekijk/beluister regelmatig de Belgische TV. Het valt me op dat daar regelmatig ‘ga’ of ‘gaat’ in combinatie met ‘gaan’ gebruikt wordt. Misschien wel onder invloed van het Frans?

    Groet,
    Ton

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *