Eponiem

Weet jij wat een eponiem is? Misschien heb je het begrip ooit geleerd op de middelbare school. Zo ja, dan zit het nog wel ergens in je langetermijngeheugen. Maar weet je nog wat het betekent? Als je een woord zelden of nooit gebruikt, vervaagt de betekenis. En wat doe je nou als je een tekst schrijft en je wilt eponiem gebruiken? Hoe voorkom je dan dat je lezers afhaken of de betekenis van het woord moeten opzoeken?

Nieuwe vogelnamen
De directe aanleiding van deze laatste Taalpraatblog van 2023 is een artikel op nos.nl op 3 november. Hier zijn de titel en de eerste twee alinea’s van het stuk:

Eponiemen in de ban: tientallen Amerikaanse vogels krijgen een nieuwe naam

Amerikaanse vogelaars moeten op zoek naar ongeveer tachtig nieuwe vogelnamen. De American Ornithological Society (AOS) vindt het niet meer van deze tijd om dieren naar mensen te vernoemen en grijpt daarom in.

Aanleiding voor het besluit waren klachten over vogels die vernoemd waren naar racistische of koloniale personen. Zo leende de beroemde natuurliefhebber John James Audubon zijn naam aan een pijlstormvogel, maar hield zijn familie ook slaven. Eerder werd al de McCowns ijsgors omgedoopt in de dikbekijsgors omdat John McCown naast vogelaar ook generaal was van de racistische Zuidelijke staten in de Amerikaanse Burgeroorlog.

Weet je nu (weer) wat een eponiem is? Ik denk het wel. Dat komt doordat de schrijver al in het tweede deel van de titel de betekenis van het woord deels uitlegt. De volledige uitleg vind je in de eerste alinea: “dieren naar mensen te vernoemen”. In de tweede alinea volgen een tweede uitleg en een paar voorbeelden. Ik zeg: goed gedaan. Het gebruik van eponiem staat de helderheid van de tekst niet in de weg.

Was het nodig?
Nu kun je je afvragen of het gebruik van eponiem in de titel eigenlijk wel nodig was. In de eerste helft van de tekst zelf komt het woord namelijk helemaal niet voor. Maar wel in de vierde alinea. Daar staat dit:

De AOS noemt het niet doenlijk om de reputatie van alle naamgevers stuk voor stuk te gaan wegen. Daarom is ervoor gekozen alle eponiemen te schrappen.

Omdat het begrip in het eerste deel van de tekst goed is uitgelegd, is het gebruik ervan in dit stukje geen enkel probleem. Sterker nog, het is juist heel praktisch en heel efficiënt: één woord volstaat. En: omdat eponiem het eerste woord van de titel en tekst is, maakt het lezers nieuwsgierig. Slim opgebouwd dus. Bovendien heb jij je geheugen weer eens kunnen opschudden en weet je (weer) wat een eponiem is.

Fijne feestdagen en tot volgend jaar.

reactie op Eponiem

  1. Maarten Staffhorst zegt

    In deze tijd van het jaar met de kerstdagen in het vooruitzicht, veroorloof ik me om de derde ‘overpeinzing’ in het NRC artikel van afgelopen weekend, getiteld ‘Geloven….voor beginners’, hier integraal weer te geven als treffend voorbeeld van de door Marcel terecht vermelde praktische betekenis van het gebruik van ‘moeilijke’ woorden.
    Derde overpeinzing:
    “Durf moeilijke woorden te gebruiken”
    ‘Zoals: transcendent en immanent. Die staan voor totaal verschillende perspectieven in geloofsbeleving. De eeuwige vraag hier is: wáár huist nu toch die goddelijke kracht? Staat die – transcendent – buiten deze aarde, en zelf buiten het heelal? Of is die – immanent – vindbaar en voelbaar in alles wat ons vormt en omringt?
    Het is van tweeën één. Wie een transcendente God aanhangt, verbindt zich met een fenomeen dat werkelijk alles, inclusief mensen, geschapen heeft, maar zelf onzichtbaar door een geestelijk luchtruim zweeft. Zijn immanente evenknie daarentegen is hier en nu en overal, in alle levende en dode materie, voelbaar en beleefbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *