Hard werken

Zinnen en teksten zijn fijn als ze lekker lopen. En ze lopen lekker als je niet terug hoeft te lezen of hoeft te gissen wat er precies staat. Dat is wat schrijvers nastreven. Maar dat lukt niet altijd. Soms is lezen hard werken.

Je
Zo moest mijn brein zondag 30 april hard werken toen ik op de app van de Volkskrant de volgende openingszin las van een opiniestuk van Franka Hummels (nummer 3 in de rubriek ‘Meest gelezen’): “Hoewel je ze in bijna elk koffietentje kunt aantreffen, weet de gemiddelde Nederlander weinig over het leven van de 1 miljoen zzp’ers”. Ik ben benieuwd of u over hetzelfde struikelt als ik. Dat begint met het grammaticale onderwerp in beide zinsdelen. In het eerste stuk is het je; in het tweede de gemiddelde Nederlander. Twee schijnbaar verschillende onderwerpen. Spreekt de schrijfster mij direct aan met je? Of is het je als in men en gaat het om mensen in het algemeen? Heeft je in het eerste zinsdeel dezelfde verwijzing als de gemiddelde Nederlander in het tweede deel? Ik weet het niet. Het is verwarrend.

Ze
De tweede onduidelijkheid is de verwijzing van ze in het eerste deel van de zin. Om te weten wie ze zijn, moet je wachten tot het einde van het tweede deel van de zin. Pas dan zie je dat de schrijfster verwijst naar zzp’ers. Of eigenlijk naar de 1 miljoen zzp’ers (maar die kunnen niet met z’n allen in koffietentjes zitten). Of eigenlijk – grammaticaal gezien – naar leven (dat zit volgens mij ook niet – en zeker niet uitsluitend – in koffietentjes). Zzp’ers is namelijk een subonderdeel van de woordgroep het leven van de 1 miljoen zzp’ers. Het hoofdwoord van deze woordengroep is leven en daar lijkt ze in het eerste deel van de zin naar te verwijzen: twee verschillende voorwerpen. Dat werkt natuurlijk niet. Dat past niet in de juiste interpretatie van de zin.

Geduldig
Het goede nieuws is dat de gemiddelde lezer plooibaar en geduldig is en ook wel ziet dat ze niet bij leven past. In het geval van deze zin moet je weliswaar even wachten voor de verwijzingen duidelijk zijn, maar je komt er wel uit. Misschien ook als je de titel en subtitel van het stuk hebt gelezen: “De valse romantiek van het zzp-bestaan. Gemiddelde Nederlander weet weinig van de 1 miljoen zzp’ers”. Toch was het fijner geweest als Franka Hummels mijn brein iets minder hard had laten werken en ik minder beroep op mijn kortetermijngeheugen had hoeven doen. Daar staat tegenover dat ik dan geen stukje voor Taalpraat had gehad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *