Als ik

Gouden Onno

We hebben er in onze schooltijd allemaal mee te maken gehad: grammatica. Soms heel veel en vaak tot vervelens toe. Toch kan inzicht in zinsstructuren verdomd handig zijn. Ten minste als je alles ‘volgens de regels’ wilt doen.

Als je een jongen als ik
“Als je een jongen als ik vraagt om columnpjes voor je huisblaadje te schrijven, weet je dat je tieten en kont, kut en lul, contestatie en controverse kunt verwachten,” aldus hoogleraar sociale geografie Ewald Engelen in de Volkskrant. Hij was eind 2014 een van de genomineerden voor de Gouden Onno (en eindigde op de 39e plaats). Klopt de vorm ik in de zin van Ewoud Engelen?

Analyse
Er zijn twee makkelijke manieren om het antwoord te vinden: analyseer de zin of gebruik analogie. Als je een onderwerp van een voorwerp kunt onderscheiden, zie je dat je het onderwerp is (‘wie doet het?’). Als je dan ook nog beseft dat een jongen als ik het voorwerp is, moet je concluderen dat ik niet mogelijk is. Ik is immers de onderwerpsvorm. De voorwerpsvorm is mij. Je kunt maar één onderwerp hebben. Het moet dus zijn: ‘Als je een jongen als mij vraagt …’.

Analogie
Een tweede manier om de juiste vorm te achterhalen, is analogie. Vervang ik door hij en je voelt direct aan je taalwater dat er iets niet klopt: ‘Als je een jongen als hij vraagt …’. Je taalgevoel zegt je dat het ‘Als je een jongen als hem vraagt …’ moet zijn. Hoop ik. Als je grammatica-onderwijs vruchten heeft afgeworpen, kun je analogie ook op een andere manier toepassen. Je weet dan wellicht, dat een jongen als ik een grammaticale eenheid vormt en dat je dergelijke eenheden door één woord kunt vervangen. Vervang de vier woorden maar eens door ik of mij en plaats dit in ‘Als je … vraagt om’. Ik weet zeker dat u kiest voor mij.

Angst
Waarom gaat het zo vaak mis met als ik/mij? Het is angst. Angst om het fout te doen, omdat ergens in het collectieve geheugen van Nederlandssprekenden is opgeslagen dat je niet ‘(even groot) als mij’ mag zeggen. Of dat echt ‘fout’ is, is nog maar de vraag, maar het leidt in ieder geval tot veel verwarring. Met grammatica kunt u die verwarring voorkomen.

Aversie?
Misschien hebt u op school een aversie tegen grammatica gekregen. Dat zou jammer zijn, want vooral inzicht in zinsstructuren is bijzonder nuttig voor verzorgd taalgebruik. Maakt u zich geen zorgen over de vele grammaticale benamingen; het gaat om het inzicht. Mijn advies: zorg ervoor dat u weet wat een onderwerp, een lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp zijn en hoe die eruit kunnen zien. Dan komt u al een heel eind.

Als mijn vriend en ik
Tot slot een test. Klopt de vorm ik in de volgende zin in een artikel van Evelyn Bosma in het januarinummer van het maandblad Onze Taal: ‘Ze deden dat niet om mensen als mijn vriend en ik gratis talen te laten leren.’? Interessant, of niet? Schrijf uw reactie – of analyse – hieronder. Ik ben benieuwd.

4 reacties op Als ik

  1. AGB zegt

    Interessant! Dit was voor mij nooit duidelijk, tot nu. De testzin moet dan ook luiden: “Ze deden dat niet om mensen als mijn vriend en mij gratis talen te laten leren.” Het is precies hetzelfde principe als in je uitleg: ‘Ze’ is het onderwerp en ‘mijn vriend en mij’ is het voorwerp.

  2. Carla Bakkum zegt

    Mee eens. Dan werkt het toch net zoals in het Engels. Mij is vroeger weleens verteld dat “ik” goed zou zijn in deze constructies omdat het om een bijzin zou gaan waar het werkwoord is weggelaten: “een jongen zoals ik (ben)”.

  3. Ton Verjans zegt

    Volgens ik zijn de voorgaande twee personen door naar de volgende ronde (>:
    Wat Carla Bakkum zegt herinner ik me echter ook uit de vroegere lessen.

  4. Marcel Lemmens zegt

    Zo. Wat een instinker, hè? En goed gezien Carla en Ton.

    Dit is het taaladvies van Onze Taal:

    “Wat is juist: ‘iemand als ik’ of ‘iemand als mij’?
    ‘Iemand als ik’ is juist; je kunt dit aanvullen tot ‘iemand als ik ben’.

    ‘Iemand als ik/jij/hij/…’, en vergelijkbare constructies met bijvoorbeeld ‘mensen als …’ of ‘een leraar als …’, zijn bijzondere gevallen. De persoonlijke voornaamwoorden ‘ik/jij/hij/…’ zijn hier telkens onderwerp in een onvolledige bijzin na het voegwoord ‘als’. We zouden de zin kunnen aanvullen met een vorm van het werkwoord ‘zijn’. Bijvoorbeeld:

    Ik ken niemand zoals hij (is).
    Wij zouden liever iemand als zij (is) aannemen.
    Iemand als jij (bent) kunnen we voor geen goud missen.
    Ze vinden zo’n leraar als ik (ben) kennelijk niet zo geweldig.
    Mensen als wij (zijn) gunnen ze hier geen blik waardig.”

    In feite is dus ook de zin in de Volkskrant juist (‘Als je een jongen als ik vraagt …’). Tja. Daar gaat de analyse. ‘Als je een jongen als ik vraagt …’ gaat volledig tegen mijn taalgevoel in. Geldt dat ook voor jullie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *