Best wel

Kees de jongen“We hebben best wel hevige regenbuien gehad de laatste tijd.” Dat zei op 8 november de op de voet gevolgde emigrant in de zoveelste vooraankondiging van het tv-programma Ik vertrek. Nederlanders zijn dol op best wel.

Modaliteit
Best wel
is een versterker. De woordcombinatie geeft extra kracht aan het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord dat volgt. Maar best wel doet meer: de combinatie voegt een emotionele waarde toe. Modaliteit, in technische termen. De spreker lijkt te zeggen: “Het waren echt flinke regenbuien. Je moet niet onderschatten wat wij toen allemaal hebben meegemaakt, hoor!” En dat past wel in deze tijd. Onze wereld staat stijf van de emotie. Emo-tv, een stille tocht om een dode hond. Je kunt het zo gek niet noemen of het is best wel emotioneel.

Best problematisch
Best wel komt niet alleen voor in gesproken taal, maar ook in de dagelijkse geschreven taal. Zo schreef columnist René Cuperus van de Volkskrant op 3 november:

“Er was beter commentaar op Gescheiden Werelden? te leveren geweest. Het is namelijk best wel een problematisch rapport.”

Cuperus zegt hiermee niet alleen dat het rapport problematisch is, maar ook dat hij dat heel erg vindt. Bijzonder aan het gebruik van best wel in dit voorbeeld is dat het door zijn informele karakter de versterking tegelijkertijd lijkt af te zwakken. Best wel maakt de opmerking oppervlakkiger. Dat zit vooral in wel. Cuperus had ook kunnen schrijven ‘best problematisch’. Verder valt op dat best wel voor een staat en niet erna. Dat had met alleen best niet gekund. Best wel is dus ook nog best wel flexibel in het gebruik.

Kees de jongen
Best wel schijnt onderdeel te zijn van modern taalgebruik. De column van Sylvia Witteman in de bijlage Sir Edmund van de Volkskrant van 1 november 2014 begon als volgt:

“‘Als kleine jongen deed Kees best wel eens domme dingen.’ Zo luidt de eerste zin van Kees de jongen, in de zogenaamde hertaling. Bewerkster Tiny Fischer heeft het taalgebruik ‘opgefrist en aangepast’ zodat het boek weer ‘volop toegankelijk is voor een groot publiek’.”

Het is duidelijk dat Witteman deze taalvernieuwing niet met gejuich ontvangt:

“De échte eerste zin ken ik (net als de laatste) uit mijn hoofd: ‘Als kleine jongen haalde Kees verscheidene domme streken uit’. Wat valt dáár nu aan te hertalen?”

Bewerken of niet?
De perceptie van leesbaar Nederlands verandert. Ook de geschreven taal wordt steeds informeler. In de bewerkte versie van Kees de jongen heeft verscheidene plaatsgemaakt voor best wel. Het is zonde dat woorden als verscheidene hierdoor naar de achtergrond worden gedrukt, maar als het betekent dat jongeren dat soort boeken blijven lezen heb ik er geen probleem mee. Moeten ze anders verstoffen? Dat is ook best wel zonde.

4 reacties op Best wel

  1. ton verjans zegt

    Even in het algemeen, Marcel:
    nu ik erop let lees en hoor ik met grote regelmaat woorden/uitdrukkingen waar jullie over schreven: best wel, inderdaad, natuurlijk.
    Interessant om te volgen. Compliment voor jullie analyses.

  2. Tiny Fisscher zegt

    Tja, de keuzes die je als hertaler maakt, en waarvan je later denkt: had ik dat niet moeten laten staan? Maar omdat ik het inderdaad doodzonde vond als dit juweel zou verstoffen, en het verhaal nu ook heel goed door kinderen gelezen zou kunnen worden, heb ik geprobeerd met behoud van de originele sfeer het boek zo op te frissen dat het door jong en oud opnieuw omarmd kan worden. Tijdens het hertalen bleek dat het eerste hoofdstuk wel erg traag op gang kwam, met behoorlijk wat gedateerde woorden/begrippen. Op de eerste pagina had ik dan meteen al vijf voetnoten moeten plaatsen, wat erg onrustig leest. Het laatste wat ik wilde was lezers (waaronder kinderen) kwijt te raken nog voordat het verhaal goed en wel begonnen was. Ik heb er dus voor gekozen om het eerste hoofdstuk iets in te dikken. En toen kwam ik met die eerste zin meteen al in de knoop. ‘Een streek uithalen’ betekent tegenwoordig namelijk iets anders, heeft meer te maken met stout zijn. Vroeger zou je een speelgoedje ruilen misschien een stomme streek noemen, maar tegenwoordig niet meer (het is niet stout, het is iets waar je later spijt van zou kunnen krijgen). Tegen dat soort dilemma’s loopt je dus als hertaler aan. En dan maak je keuzes. Van sommige keuzes krijg je later spijt. Zo had ik ‘spankeren’ misschien moeten handhaven (mét voetnoot), zodat we dat vergeten werkwoord weer in ere herstellen. Overigens schreef Sylvia Witteman mij persoonlijk dat ze vond dat ik het heel goed had gedaan. Dat was voordat ze dat stuk schreef en bleef hameren op die eerste zin. Tja… Gelukkig bestaat er zoiets als herdrukken en kan ik met sommige keuzes die ik heb gemaakt op mijn schreden terugkeren. En dan nu voorwaarts in de zwembadpas :).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *