Whatever

WhateverEngels in het Nederlands. Er is al honderden – zo niet duizenden – keren over geschreven. Wat zouden we daar nog aan kunnen toevoegen? Toch maar doen? Whatever.

Chill
Een paar weken geleden zat ik in de trein van Schiphol naar ’s-Hertogenbosch. Naast mij drie meiden – ik schat ze op 19, 20 jaar – die over hun feestervaringen spraken. Behoorlijk grofgebekt, mag ik wel zeggen. De grofste woorden en zinnen zal ik u besparen, maar ik geef u wel graag een paar voorbeelden waarin het Engels een opvallende rol speelt:

  • Ik trek dat niet meer. Whatever.
  • Ik ga naar het station. En dan denk ik: “Chill.”
  • No way. Ik snap er geen hol van.
  • Oké, I got it. Dat is cool.
  • Weet je wat je echt leuk is. Zo met zo’n hoedje op. Oh, that’s funny, isn’t it?
  • Ik heb het niet gedaan, hoor. Oh, my God. What sick.

Chill en cool zijn al een tijdje gemeengoed in jongerentaal, maar ze lijken ook echt een vaste plaats in de taal te hebben verworven. What sick is overigens geen standaard Engels, zal ik maar zeggen.

Whatever
Niet alleen deze drie meiden, maar ook veel BN’ers doorspekken hun Nederlands met Engels. Presentator Matthijs van Nieuwkerk is bijvoorbeeld zo iemand. ‘Whatever’, ‘as we speak’; hij gebruikt dit soort tussenwerpsels vaak. Maar ook: ‘Just checking’, ‘Tot maandag. Yes’, ‘All right!’ Hij is niet de enige. Boekhandelaar Monique Burger, die geregeld in DWDD optreedt: ‘Ik vind het by far het mooiste boek’. Hans de Geus van RTL: ‘Mind you’. Schrijver en historicus Rutger Bregman zei eerder dit jaar in Tegenlicht: ‘Nou, forget it’. En ook onze minister van Defensie hoorde ik laatst ‘as we speak’ gebruiken.

De gewone man
Is dit nou een kwestie van dikdoenerij? Of is er meer aan de hand? Is het Engels zo langzamerhand niet alleen hofleverancier van nieuwe woorden, maar ook van het talige cement tussen die woorden? Je zou misschien denken dat het beperkt blijft tot BN’ers, maar dat is niet zo. Zo hoorde ik een paar weken geleden ‘een gewone man’ op station Bunde (‘of all places’) een telefoongesprek voeren met zijn vrouw (denk ik): ‘Ik ben op tijd thuis. Don’t worry. Voor je het weet, ben ik er weer.’ Don’t worry. Dat klinkt ook meteen heel geruststellend.

Wat nu?
Wat vindt u hiervan? Waar gaat dit heen? Is dit een volgende stap naar (verdere) verengelsing van het Nederlands?

2 reacties op Whatever

  1. Els Groenman-Warmelink zegt

    Ik hoop het niet. Er is zoveel Nederlands idioom dat op deze manier verloren gaat. Ik vind het armoedig en aanstellerig.

  2. Jan de Vries zegt

    Ik denk dat het Engels het Nederlands (en lang niet alleen het Nederlands) gaandeweg verdringt en ik vind het bijzonder interessant om zelf getuige te zijn van de manier waarop dat gebeurt. Dus ga vooral zo door, Marcel. Snijd het onderwerp vooral nog vaak aan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *