Zó 2014

Zo 2014)“Meer en meer lenen om een crisis op te lossen, dat is zó oude politiek.” Aan het woord is Europarlementariër Peter van Dalen van de combinatie Christenunie/SGP in een interview in de Volkskrant op 2 mei. Zó oude politiek. Schitterend. Nee, ik bedoel niet vanuit politiek standpunt, maar als voorbeeld van de kracht van taal.

Bijwoord zo
Het gaat me om het gebruik van zo, dat normaal gesproken alleen als bijwoord wordt gebruikt: zo groot, zo snel mogelijk, niet zo handig. In zó oude politiek lijkt het bijwoord op het eerste gezicht misschien ook iets van oude te zeggen, maar dat is niet zo. Het verwijst naar de gehele zelfstandignaamwoordgroep oude politiek, waarin politiek het hoofdwoord is. Zo lijkt daarmee meer een bijvoeglijk karakter te krijgen. Lijkt!

Woordsoortsprong
Nu is het op zich niet bijzonder dat woorden een ‘woordsoortsprong’ maken. Ook andere woorden springen van de gebruikelijke woordsoort naar een andere. Denk bijvoorbeeld maar aan het werkwoord facebooken, dat is afgeleid van een naam, en het bijwoord vlakbij dat ook als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt (Vlakbijste dichter blijft onder ons: kop in de Volkskrant na het overlijden van Leo Vroman). Waarom zou zo dat ook niet kunnen?

Zo, zo’n of zulke?
In de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), de standaardgrammatica van het Nederlands, staat over het gebruik van zo het volgende: “Het bijwoord zo wordt in de regel alleen gecombineerd met een niet-attributief gebruikt adjectief. Bij een attributief gebruikt adjectief wordt in de standaardtaal in plaats van zo ofwel zulke ofwel zo’n gebruikt.” (blz. 893). Bent u er nog? In gewone taal: je gebruikt zo in constructies als “Is het al zo laat?” (eerste zin uit de ANS). Na de combinatie bijvoeglijk naamwoord plus een zelfstandig naamwoord, gebruik je niet zo maar zo’n of zulke: “Ik heb zo’n leuke avond gehad” en “Ik wist niet dat je al zulke grote kinderen had” (tweede zin uit de ANS).

Zo PSV
Als je deze beschrijvingen van de ANS strikt zou volgen, zou het dus zo’n oude politiek of zulke oude politiek moeten zijn. Maar dat zei Peter van Dalen niet. Sterker nog, dit gebruik van zo komt vaker voor. Een paar voorbeelden.

  • Privacy op internet, dat is zó 1993.
  • Plofkippen, dat is zo 2012.
  • Oma, een Google+ Hangout, dat is zo 2014!
  • Dat is zo PSV.

De eerste twee dingen die direct opvallen, zijn dat het vooral om de constructie dat is zo … gaat en dat zo altijd met nadruk wordt uitgesproken. Verder wordt zo in deze constructie vaak gevolgd door een jaartal.

Taalbrok
Mijn vraag is nu: hebben we hier echt te maken met wat ik een ‘woordsoortsprong’ noem? Mijn gevoel zegt van niet. Het omgekeerde lijkt het geval te zijn: de woorden die volgen, krijgen eerder een bijvoeglijk karakter. Je kunt de betekenis van de – niet verzonnen – voorbeelden hierboven allemaal interpreteren als: “Dat is zo ouderwets”, “Dat is zo passé” of “Dat is zo irritant”. Het is dus niet zo dat het bijwoord zo alleen iets nieuws doet. Nee, het is de taalbrok dat is zo … die in feite een plaats in onze taal heeft verworven en die de woorden die erop volgen, een heel speciale betekenis en een (negatief) waardeoordeel geeft.

Zóóóóóóó veel betekenis in zulke kleine woorden!

2 reacties op Zó 2014

  1. Tony Parr zegt

    Leuk stuk, Marcel, maar gaat het hier niet om een simpele anglicisme? Allemaal begonnen met “That is so 20th century!” (o.i.d.) en naderhand naar alles en nog wat uitgebreid. Wellicht als variant op “That would be so like Peter van Balen!” Of vergis ik me?

  2. Jan Klerkx zegt

    Ook ik denk dat het gebruik uit het (Amerikaans) Engels is overgenomen. Dat doet natuurlijk niets af aan jullie grammaticale overwegingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *