Ik zeg

AanhalingstekensDe situatie: twee vrouwen stappen op 9 april in ‘s-Hertogenbosch in de trein naar Utrecht. De ene is blijkbaar eigenaresse van een kapsalon. Ze kletst er lustig op los. In gezellig Nederlands met een Brabantse tongval. De ander luistert vooral. Aan de andere kant van het gangpad zit ik. De rit van ‘s-Hertogenbosch krijgt een andere invulling dan gepland. Taal uit het leven gegrepen.

“Dus ik heb Betty gisteren gebeld, hè.”
“Ik zeg ik heb oe* altijd als mijn eigen dochter beschouwd.”
“Ik zeg waarom doede nou zoiets?”
“Ik zeg was da nou zo moeilijk? Da hadde toch ook eerder tegen me kunnen zeggen.”
“Da vond ze niet nodig.”

“Ik zeg vondde da nou echt zo’n moeilijk gesprek? Toen zisse ik doe wel meer bijverdienen.”
“Ik zeg hoezo?”
“Oh, zisse, vrijdagmiddag heb ik er zeven.”
“Ik zeg Bets da moette nie doen.”

“Ik heb het er ook nog met de vriend van Lindsay over gehad.”
“Die zee: ‘Mensen hebben allemaal een bepaalde mening.'”
“En toen zittie ook nog iets over Wilders.”

“Maar Lins begint meteen te janken.”
“Witte waar we gisteren geweest zijn, zisse?”
“Ik zeg nou hartstikke leuk.”

“Nou, ik moet eerlijk zeggen ze is niet de gezelligste om mee samen te werken.”

“Maar ik praat niet graag over andere mensen.”

Mini-glossarium:
da – dat
doede – doe je
hadde – had je
moette – moet je
nie – niet
oe  – je
vondde – vond je
witte – weet je
zee – zei
zisse – zei ze
zittie – zei hij

3 reacties op Ik zeg

  1. Acer Tair zegt

    Ik herken me soms wel in zo’n discussie. Ik vind het een beetje grappig. Soms wordt het als een soort code gebruikt. Ik spreek soms ook zo met mijn beste vriendin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *