Gastcolumn: Verzelfstandigde uitgangen

celloGastcolumnist Jan Klerkx analyseert het woord cello. Een verrassende analyse.

Heeft u er wel eens bij stilgestaan wat een merkwaardig woord cello is? Het is eigenlijk het laatste stuk van het Italiaanse woord violoncello. In het Italiaans is -cello een verkleinuitgang, dus een violoncello is een kleine violone. Curieus is dat -one in het Italiaans juist een vergrotingsuitgang is: een violone is een grote viola, namelijk een contrabas. En een violoncello is dus een ‘kleine grote viola’. Overigens is een viola dan weer een altviool, en wat wij een viool noemen heet in het Italiaans een violino, een kleine viola dus, want -ino is ook een verkleinuitgang. Kunt u het nog volgen?

Wat ik eigenlijk nog merkwaardiger vind, is dat die Italiaanse grammaticale verkleinuitgang cello in het Nederlands (en andere talen) tot zelfstandig naamwoord is gepromoveerd. Ik ken eigenlijk maar één andere grammaticale uitgang die het tot zelfstandig naamwoord heeft geschopt, en dat is het woord bus (in de zin van voertuig). Dat was oorspronkelijk de uitgang van het Latijnse woord omnibus, dat ‘voor allen’ betekent: de bus was immers een voertuig voor iedereen.

Als u nog andere voorbeelden weet van grammaticale uitgangen die ‘verzelfstandigd’ zijn, zou ik ze graag van u horen.

Jan Klerkx is vertaler, editor en eigenaar van Bèta Vertalingen.

reactie op Gastcolumn: Verzelfstandigde uitgangen

  1. Jan de Vries zegt

    Toen de automobiel opkwam, noemden wij dat al snel een ‘auto’, maar de Denen gaven de voorkeur aan ‘bil’ [uitspraak: ‘biel’].

    Sorry Jan, geen Nederlands voorbeeld, maar ik heb het wel altijd wel grappig gevonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *